
Politiecontroles zijn aan de orde van de dag. Als de papieren niet kloppen, kunnen migranten van de rechtbank het bevel krijgen om het land te verlaten. Velen verdwijnen vervolgens in de illegaliteit.
Van de radar
Migranten in Genua verdwijnen van de radar door de harde aanpak van immigratie en worden daardoor kwetsbaar voor uitbuiting. ‘Iedereen wil participeren in de maatschappij, maar ze krijgen niet de mogelijkheid om te werken. Daardoor verdwijnen steeds meer migranten in het zwarte gat van de illegaliteit.’

De haven van Genua.

Een migrant spuit het ruim schoon van een schip in de haven.Veel migranten doen werk waarvoor geen Italianen te vinden zijn.
Ze dachten uit Gambia vertrokken te zijn met een ticket naar een beter leven in Europa op zak. Als in de woestijn het besef doordringt dat ze als handelswaar zijn doorverkocht aan Arabieren, is er al geen weg meer terug. Lamin Fadera en Madou Camara, op dat moment veertien jaar oud, zitten met meer dan dertig anderen in een open pick-up, zonder enige ruimte om de benen te strekken. De zon brandt genadeloos op hun huid. De eerste medepassagiers zijn al gestorven door uitdroging. Uit de pick-up springen staat gelijk aan zelfmoord plegen. Hun leven is niet meer waard dan wat de volgende koper er voor over heeft.
Tijdens de driedaagse rit door de woestijn van Niger naar Libië is er bij het tweetal evenmin een vermoeden van de hel die op hen wacht. Niemand in Gambia had Lamin en Madou verteld dat ze bij aankomst in Tripoli gearresteerd zouden worden. Dat ze zes maanden in een overvolle gevangeniscel zouden doorbrengen, zich in leven houdend met wat water en brood. Dat ze medegevangenen onder hun ogen zouden zien sterven. Dat de bewakers bij hun nachtelijke uitbraak in het wilde weg hun geweren zouden leegschieten op de vluchtgroep. Dat ze om te overleven in Tripoli in een bestelbus zouden stappen zonder te weten waar de rit naar toe gaat, wat voor werk ze daar moeten doen, en of er überhaupt voor betaald gaat worden. Dat ze opgesloten, geslagen en met de dood bedreigd zouden worden. Dat ze pas na vier maanden genoeg geld zouden hebben om de overtocht naar Europa te betalen. Dat ze in een gammel bootje zouden stappen om gered te worden door een Spaans schip. Dat ze na aankomst in Sicilië elf maanden in een kamp voor minderjarigen opgesloten zouden zitten. En dat ze uit pure frustratie vanwege het lange wachten en nietsdoen dit kamp zouden ontvluchten om naar Genua te reizen.




Lamin Fadera (links) en Madou Camara uit Gambia maakten een ‘tocht door de hel’ voordat ze in Genua onderdak en begeleiding kregen van een hulporganisatie. Ze wonen met drie andere jongens in een appartement van Il Cesto, een van de vijf hulporganisaties in het centrum van Genua. Doordat hun budgetten bijna zijn gehalveerd, zal de kwaliteit van de huisvesting voor migranten in de opvang drastisch afnemen.

Een politiecontrole in het historisch centrum van Genua.
Aankomst in Genua
Tegen de tijd dat Lamin en Madou de antieke havenstad bereiken aan de Middellandse zee, is het politieke landschap in Italië verkleurd. Het land verkeert in een economische crisis en kampt met een enorme schuldenlast en vergrijzing. Er zijn zorgen over het grote aantal jongeren dat naar het buitenland vertrekt omdat er in eigen land geen werk te vinden is dat past bij hun opleiding. Tegelijkertijd redden internationale hulporganisaties wekelijks honderden Afrikanen op de Middellandse zee om hen in de haven van Lampedusa af te leveren. En groeit bij veel gewone Italianen de weerzin tegen de nieuwkomers die hun land overspoelen en niet kunnen doorreizen naar andere Europese landen.
Het blijkt de ideale mix voor een politieke omwenteling. In juni 2018 komt de eerste volledig populistische regering in West-Europa aan de macht, met Matteo Salvini als minister van Binnenlandse Zaken. De Lega-leider belooft alles anders te doen: de pensioenleeftijd en de belastingen gaan omlaag, er komen meer banen en er komt een eind aan de toestroom van migranten. Om Italië weer veilig te maken, is het volgens Salvini nodig om illegalen massaal terug te sturen.


In het historisch centrum hangen veel migranten rond.


Een man wordt verdacht van diefstal en afgevoerd door een winkelier.

Keuken van hulporganisatie Casa Della Giovane.Op dinsdag, woensdag en donderdag komen hier zo’n 400 arme bejaarden, drugsverslaafden, daklozen en migranten voor een gratis warme maaltijd. De internationale katholieke organisatie heeft vele vestigingen en diensten en wordt gefinancierd door het Vaticaan in Rome.
Meedoen in de maatschappij is moeilijker geworden
In Genua ontfermt de organisatie Il Cesto zich over de nieuwkomers Lamin en Madou. Ze krijgen elk een eigen kamer in een net appartement en wat zakgeld, ze leren Italiaans en volgen een technische opleiding tot monteur.
Desondanks is hun vaste begeleidster Valentina Perelli somber over hun vooruitzichten. Het asielverzoek van Lamin en Madou is door de Staat afgewezen, omdat ze volgens de Europese richtlijnen geen echte vluchtelingen zijn. Het hoger beroep wordt pas over zo’n drie jaar verwacht. Tot die tijd mogen Lamin en Madou wel werken, maar kunnen ze zich niet inschrijven bij de gemeente. Zonder een identiteitskaart is het ook niet mogelijk om mee te doen aan landelijke projecten om werkervaring op te doen. Voor migranten is dit een noodzakelijke tussenstap naar een vaste baan. Want op de Italiaanse arbeidsmarkt is het eigen netwerk – en niet de persoonlijke competenties – nog altijd doorslaggevend om werk te krijgen.
Op de vraag welke toekomst Lamin en Madou voor zich zien, volgt eerst een lange stilte. Dan zegt Madou, met tranen in zijn ogen: ‘Mijn enige droom is om voor een eigen gezin te kunnen zorgen. Dat is waarom ik uit Gambia ben weggegaan. Het klopt dat het nu wat beter gaat, nu we hier zijn en naar school gaan. Maar eigenlijk kan ik niet aan een toekomst denken. Mijn hoofd zit nog vol van alles wat we hebben meegemaakt. Als ik dit had geweten, was ik in de woestijn uit de pick-up gesprongen.’

Streetart in Genua.
Uitbuiting van migranten zonder verblijfsvergunning
Niet alleen voor deze twee jonge Gambianen zijn de vooruitzichten somber. Alleen wie een vaste baan heeft komt nog in aanmerking voor een permanente verblijfsvergunning. De rest krijgt de opdracht om op eigen gelegenheid terug te gaan naar het land van herkomst. Omdat dit niet gebeurt, verdwijnen steeds meer migranten van de radar. Naar schatting waren er in 2019 een half miljoen ‘clandistini’ in Italië. Zonder geld, onderdak en kennis van de taal raken ze verstrikt in de netwerken van criminele organisaties. Velen van hen raken aan de drugs, of worden zelf dealer. Jonge vrouwen uit met name Nigeria worden als prostituee aan het werk gezet om hun schuld af te betalen. Deze varieert tussen de 20 en 50 duizend euro. De vrouwen bieden zich langs de Italiaanse provinciale wegen en in de grote steden aan voor bedragen vanaf € 20. Anderen worden als moderne slaven ingezet in fabriekjes, in de landbouw, in de tomatenpluk in Campanië en Apulië, op tabaksplantages en in de bouw.

Een jonge Senegalees in de Via di Pré. In Genua associeert de bevolking de Senegalezen vooral met handel in drugs. De Nigerianen zouden vooral de vrouwenhandel domineren.



Prostituees bieden zich aan voor € 20 in de nauwe steegjes van de antieke binnenstad. Veel vrouwen zijn naar Italië gekomen via criminele organisaties en moeten een schuld afbetalen tussen de 20 en 50.000 euro.

De Italiaanse Ulla Rosi werkt sinds 1970 als prostitué in Genua. Ze begon op haar veertiende en is op de foto 63 jaar. De foto boven haar bed is in dezelfde kamer gemaakt door een fotograaf uit Rome.


De kerk helpt… en verdient aan de migranten
Dat de problemen met drugs en prostitutie in Genua groter worden, merkt ook Nicolo Anselmi, hulpbisschop van de Santa Maria delle Vigne in het hart van Genua. Als hij de eeuwenoude basiliek uitloopt richting de Piazza del Santo Sepolcro, bevindt hij zich midden in het stadsdeel waar de drugsdealers en prostituees zich in donkere stegen posteren voor passerende klanten.
Anselmi schat dat er in Genua zo’n duizend mensen rondlopen die al langer dan drie jaar illegaal zijn, maar niet gedeporteerd worden. ‘De problemen ontstaan wanneer we de mensen na zo’n twee jaar gedwongen moeten loslaten. Iedereen wil participeren in de maatschappij, maar ze krijgen niet de mogelijkheid om te werken. Voor deze mensen ontbreekt het aan structuur en beleid. Daardoor verdwijnen steeds meer migranten in het zwarte gat van de illegaliteit.’

Een vrouw uit Sri Lanka in de Chiesa di San Giovanni di Pré.
Wat opvalt is dat de katholieke kerken vanuit de charitas traditie ook als hulporganisatie actief zijn. Zo heeft de hulpbisschop negen appartementen gehuurd voor de opvang en begeleiding van zo’n vijftig migranten. Hij schat dat alle kerken in Genua samen zo’n 500 tot 600 migranten van ‘bed en brood’ voorzien. Helemaal belangeloos is deze charitas zeker niet. Net als andere hulporganisaties ontvangt de kerk daarvoor een vergoeding van de Staat. Die was eerst € 34 euro per persoon per dag, maar werd met de invoering van het ‘Decroto Salvini’ gekort tot € 18.
Valentina Perelli van Il Cesto stoort zich vooral aan de nieuwe regels voor de besteding van deze vergoeding. Zo mag het bijvoorbeeld niet meer gebruikt worden om het inschrijfgeld te betalen voor de taallessen. Behalve dat migranten meer zelf moeten bijleggen, blijft er ook minder zakgeld over. Tegelijkertijd dwingt de korting hulporganisaties om te besparen op huisvestingskosten en personeel. Perelli: ‘De kwaliteit van de woningen voor migranten zal achteruit gaan en de begeleiding zal vaker gedaan worden door vrijwilligers. Ik verwacht dat vele hulporganisaties zich gedwongen voelen om de poorten te sluiten. Omdat mensen met complexe problematiek meer aan hun lot worden overgelaten, zal het voor hen nog moeilijker worden om te integreren.’

Er is een slaapplek voor daklozen in Genua, maar de vraag naar een bed en douche overtreft de beschikbare capaciteit. Italianen kunnen daar voor een periode van maximaal 6 maanden terecht, buitenlanders moeten al na 1 maand plaatsmaken. Wie nergens anders onderdak vindt, slaapt buiten.
